Er was
eens een stokoude ezel.
Op een dag viel hij in een oude droge waterput, waar hij niet meer uit kon.
Toen de boer dit zag, dacht hij bij zichzelf: Dit is een mooie manier om
van
die oude nutteloze
ezel af te komen.
Hij haalde zijn buurman erbij en ze begonnen de oude waterput dicht te gooien.
Toen de oude ezel merkte dat ze hem levend wilden begraven, werd hij pisnijdig
en bij elke schep aarde die
hij op zijn rug kreeg knarssetandde hij bij zich
zelf:
Ik schud het van me af en ik ga er bovenop staan.
Ik schud het van me af
en ik ga er bovenop staan.
En dat deed hij.
En na een tijdje kwam hij met zijn kop boven de putrand uit
en even later stapte
hij trots over de rand heen.